Miljoen dode vliegen achter plafond



Door Hemmy van Reenen

Harderwijk - Een pension voor teruggekeerde Indiëgangers in Harderwijk. De geschiedenis heeft vreemde kanten. Villa Oranje-Mecklenburg aan de Oranjelaan in Harderwijk is daar het levende bewijs van. Helaas zonder foto.
Waarom er juist in Harderwijk een pension nodig was voor teruggekeerde Indiëgangers, dat kunnen de huidige eigenaars Willem en Noor Nieuwenhuis echt niet vertellen. Maar op 19 april 1905 werd zo’n hotel-pension geopend.

Op de verjaardag van Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin, de echtgenoot van koningin Wilhelmina van Oranje. De naam Oranje-Mecklenburg was geboren. Bij de opening waren volgens de archieven aanwezig: het Dagelijks Bestuur en de raadsleden van de gemeente Harderwijk, de Commandant en de Officieren van het Koloniaal Werfdepot en ‘eenige’ autoriteiten.

Dat de officieren van het Koloniaal Werfdepot bij de opening van een pension voor teruggekeerde Indiëgangers waren uitgenodigd is niet zo vreemd. Vanuit het werfdepot in de Harderwijkse binnenstad werden toentertijd nieuwe rekruten richting Indië gestuurd. Enige binding met hun achterban was de officieren niet vreemd. Ze wilden vast eens kijken hoe het mensen verging die terugkwamen uit de koloniën.

Het was de familie F.G. Poptie uit Ermelo, die op het idee kwam voor het hotel-pension voor Indiëgangers. De Popties hadden al een hotel in Noordwijk aan Zee. Architectenkantoor L.A. van Essen en J. van Zeggeren werd in 1900 gevraagd voor het ontwerp. De Harderwijker architecten hadden naam op het gebied van Jugendstil-achtige gebouwen, ook wel art nouveau genoemd. De architecten zijn op de Veluwe heel bekend. Ze waren dol op witte panden, met groene versieringen. Krullerige opdrukken en natuurdecoraties werden in rijke mate toegepast. Een paar andere bekende ontwerpen van Van Essen en Van Zeggeren zijn het kasteel Staverden en de villa Ullerberg in Leuvenum.

Torentjes
De heren waren dol op torentjes, zoals ze hebben laten zien in het pronkstuk van hun architectenbureau, het landhuis Oud Groevenbeek in Ermelo. Hotel-pension Oranje-Mecklenburg in Harderwijk kreeg ook een torentje. Een puur decoratief torentje. Een versiering. In de toren zitten een paar toiletten, maar daarmee is alles gezegd. Bovenin zit zelfs helemaal niks. ,,Een miljoen vliegen kwamen eruit toen wij het plafond openbraken,’’ vertelt Noor Nieuwenhuis.

Het moet goed toeven zijn geweest in hotel-pension Oranje-Mecklenburg te Tonsel, zoals het gebied rond de Oranjelaan in die tijd nog heette. Uitzicht op het uitgestrekte Slingerbosch, aan de voet van de grindweg naar Apeldoorn. Open haarden, zware eiken deuren, muren met bogen en gedecoreerde plafonds. Poptie heeft het allemaal kunnen bouwen voor de somma van 18.648 gulden. De offertes van aannemers stonden gewoon in de krant.

Poptie heeft weinig plezier van zijn hotel gehad. Twee jaar na de opening was hij dood. Het pension werd een paar jaar gedreven door ene F.J. van Munching en door S. van de Berg, voordat in 1919 baron A. Eeltink het pension kocht. Deze edelman heulde in de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers. Bij Oranje-Mecklenburg moesten Harderwijkers hun fietsen en radio’s inleveren. Het hotel werd gebruikt voor wilde feestjes van Duitse officieren.

Na de oorlog werd de familie Eeltink door de Nederlandse staat onteigend. Het hotel werd gevorderd. Het ministerie van defensie zette er het kantoor van de Dienst Gebouwen Werken & Terreinen in. Het statige pand werd verbouwd tot kantoor. Alle versieringen werden achter systeemwandjes gespijkerd, tot aan de gewelvenkelders en de zware eiken deuren toe.

In 1996 deed Defensie het pand van de hand. Aannemer Peter de Groot had wel belangstelling voor het braakliggende terrein wat erbij hoorde. Het voormalige hotel hoefde hij niet. Verzekeringsman Willem Nieuwenhuis had des te meer belangstelling. Hij had zijn hele leven al met bewondering naar het pand gekeken. De Groot verkocht Oranje-Mecklenburg aan de familie Nieuwenhuis.

Een enorme opknapbeurt volgde in 1997. Het pand werd geel geverfd en helemaal in oude glorie opgetuigd. De oude deuren kwamen achter de weggebroken systeemwandjes vandaan, net als de bogen in de muren en de kelders. De reliëfversieringen op de buitenmuren werden weer groen geschilderd. Meer dan veertig jaar hadden ze achter een witte pleisterlaag gezeten. Het gebouw is een plaatje geworden. Een aanwinst voor Harderwijk. Alleen die kleur geel, terwijl de architecten zo van wit hielden. ,,Ach ja,’’ zegt Noor Nieuwenhuis. ,,Dat gele is mijn schuld. Ik hou van geel.’’