Deel Print Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Treffers 151 tm 200 van 224

      «Vorige 1 2 3 4 5 Volgende»

   Aantekeningen   Verbonden met 
151 Geboren in de Melkmeisjessteeg 16 te Amsterdam.
(niet meer bestaand zijgang van de Palmstraat) 
Jacobus van Seggeren / Zeggeren
 
152 Niet geheel zeker of het deze Jacobus van Zeggeren is die getrouwd is met Cornelia Comis.; gekoppeld o.g.v. overlijdensadvertentie Cornelia Comis.

Cornelia Comis overleed 25-07-1907 op de leeftijd van 77 jaar te Amsterdam (advertentie CBG,Den Haag).
Advertentie ondertekend door J.van Zeggeren, Johs van Zeggeren, G.M.van Zeggeren-Wouters.
Adres: Lijnbaansgracht 299, Amsterdam 
Jacobus van Seggeren / Zeggeren
 
153 Naam komt voor in overlijdensadvertentie zuster (Alida Cornelia) en moeder (Cornelia Comis). Bron: CNG, Den Haag JOHs (Johannes?) van Seggeren / Zeggeren
 
154 Bron: http://www.drijber.info/30/Stamboom_van_Zandbergen.html

Hans van Zandbergen, timmerknecht, geboren op 08-10-1834 te Anjum (Oostdongeradeel), overleden op 06-07-1876 te Het Bildt op 41-jarige leeftijd, zoon van Hans van Zandbergen (zie IV.29) en Dirkje Pieters Vonk.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 02-06-1864 te Het Bildt met Dina van der Laan, 25 jaar oud, geboren op 23-04-1839 te Giethoorn, overleden op 14-02-1893 te St. Annaparochie (Het Bildt) op 53-jarige leeftijd, dochter van Gerben Jans van der Laan, schipper, en Trijntje Jans Rotsma.
Uit dit huwelijk:
1. Dirkje, geboren op 01-05-1865 te Sint Annaparochie (Het Bildt), overleden op 03-07-1954 op 89-jarige leeftijd.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op 06-08-1885 te Het Bildt met Arjen Kaper, 26 jaar oud, werkman, geboren op 15-05-1859 te Sint Jacobiparochie, overleden op 09-07-1942 te Het Bildt op 83-jarige leeftijd, zoon van Hille Cornelis Kaper, werkman, en Maartje Arjens Santhuizen.
2. NN, geboren op 28-11-1866 te Het Bildt. NB: levenloos geboren, overleden op 28-11-1866 te Het Bildt, 0 dagen oud.
3. Trijntje, dienstbode, geboren op 17-02-1868 te Het Bildt.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 15-03-1894 te Amsterdam, weduwnaar van Wilhelmina Swaager; bij huwelijk erkenning 1 kind met Alexander Phijffer, 24 jaar oud, loodgieter, geboren op 20-04-1869 te Amsterdam, zoon van Heinrich Phijffer en Anna Maria Luising.
4. Petronella, geboren op 04-07-1870 te Het Bildt.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 18-08-1897 te Amsterdam met Leendert van Velzen, 22 jaar oud, bakker, geboren op 04-12-1874 te Woerden, zoon van Cornelis Marinus van Velzen, timmerman, en Jannetje van Wijngaarden.
5. Hans (zie VI.90).
6. Gerben, geboren op 27-01-1873 te Het Bildt, overleden op 09-02-1873 te Het Bildt, 13 dagen oud.
7. Klaasje, geboren op 01-05-1874 te Het Bildt, overleden op 09-08-1874 te Het Bildt, 100 dagen oud.
8. Klaasje, geboren op 14-07-1875 te Het Bildt.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op 16-11-1899 te Amsterdam met Gerrit van Zeggeren, 31 jaar oud, koetsier, geboren op 05-02-1868 te Krommenie, zoon van Gerrit van Zeggeren en Jacoba Maria van Paare. 
Klaasje van Zandbergen
 
155 Klaasje van Zandbergen was de dochter van Hans van Zandbergen en Dina van der Laan Klaasje van Zandbergen
 
156 gemeentearchief Amsterdam: akte 13-04-1868 R3F43 Aaltje van Zeggeren
 
157 Gemeentearchief Amsterdam: akte 26-06-1899 R7/F31 Aaltje van Zeggeren
 
158 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
159 Overleden januari 1894.
Bron: dankbetuiging overlijden (advertentie d.d. 23-01-1894; Centraal Bureau voor Genealogie) 
Alida Cornelia van Zeggeren
 
160 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
161 Kennemerland Bloemendaal Akte Jaar 1866 Nummer 11v  Antonie Nicolaas van Zeggeren
 
162 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
163 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
164 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
165 gemeentearchief Amsterdam: akte 5/3/1900; R3/F29 Cornelis Marinus van Zeggeren
 
166 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
167 Vrijwel elke Amsterdammer kent het schaakspel op het Max Euweplein, maar slechts weinig mensen weten hoe het er gekomen is.

In 1995 was de 9-jarige David van Zeggeren uit Amstelveen op vakantie in Oostenrijk en zag in Salzburg schakers buiten op een plein spelen. Bij terugkomst stuurde hij een brief naar de gemeente Amsterdam met het plan om ook op het Max Euweplein zo'n schaakspel te plaatsen.

Zonder dat David het wist werd zijn idee ingediend bij 'Startgeld', waarbij uitvoerbare ideeën die een impuls aan de stad geven beloond konden worden met een geldprijs.

Er waren meer dan 70 inzendingen, maar de jury was unaniem in haar oordeel: het idee van David was het beste en hij won de prijs van 5000 gulden. Dat geld was bedoeld voor de realisering van het bord, maar David kreeg wel een kaartje voor de wedstrijd Ajax-AC Milan en ook nog wat schaakcadeaus.

Het duurde echter nog even voordat het spel er daadwerkelijk kwam, maar op 6 juli 1996 werd het schaakspel op het Max Euweplein feestelijk in gebruik genomen. Een tegel aan de rand van het bord verwijst naar het succesvolle initiatief van David. Vanaf de eerste dag wordt er elke dag gespeeld en heeft het spel veel bekijks. Vooral in de zomer zijn er honderden toeristen die naar de partijen kijken en vooral ook foto's maken.

bron: http://www.maxeuwe.nl
 
David van Zeggeren
 
168 Gemeentearchief Rheden: Lijst van bouwvergunningen 1885 - 1917
Inv.nr 2179 :
(1914, nr 400) D. van Zeggeren: verbouwing van een woonhuis tot woon- en winkelhuis aan de Wilhelminastraat te Velp, genummerd A 144.

Dirk van Zeggeren is op 87-jarige leeftijd overleden. Hij woonde toen in pension Mariposa, Overbeeklaan 5 te Velp. Hij is 19-08-1968 gecremeerd te Dieren.

Christina Johanna Perquin is 25-06-1920 op 37-jarige leeftijd te Velp overleden.

Maria Catharina Sleddering is 29-10-1965 op 78-jarige leeftijd te Velp overleden(Roosendaalselaan 29).

Beiden zijn begraven in hetzelfde graf op Heiderust te Rheden. 
Derk van Zeggeren
 
169 Overleden ten gevolge van autoongeluk tijdens diensttijd.

Op 21 maart 2006 is bij de politieacademie in Warnsveld een monument onthuld in wat de "Tuin van Bezinning" wordt genoemd. Filmmaker Gertjan Zwanikken maakte naar aanleiding van de onthulling van dit gedenkteken een reportage voor het televisieprogramma Kruispunt. D e programmamaker neemt daarbij het ongeluk dat de agentes Erna van Zeggeren en Jeannette Leeuw overkwam onder de loep. Ze raakten met hun auto te water bij een poging om iemand van de verdrinkingsdood te redden. Leeuw overleefde het ongeluk ternauwernood, Van Zeggeren verdronk. Het duurde meer dan tien minuten voor de twee op het droge werden gehaald.
De reportage is te zien op:

http://www.katholieknederland.nl/kruispunt/archief/2006/detail_objectID7660.html 
Erna Mariette van Zeggeren
 
170 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
171 Graduated chemist (F.H. Van Zeggeren and S.H. Storey, The Computation of Chemical Equilibrium, Cambridge University Press, Cambridge, MA, 1970).
Retired vice-president CSI.

Moved to Canada in 1955 and married Zygfrida Anida Grygowicz, a Polish chemical engineer, in 1959. 
Frederik van Zeggeren
 
172 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
173 Kennemerland Bloemendaal Akte Jaar 1868 Nummer 19r  Frederik Hendrik van Zeggeren
 
174 http://www.klebuver.nl/ Frits van Zeggeren
 
175 Adres: Zwaluwstraat, Haarlem Gerardus Wilhelm van Zeggeren
 
176 Adres:
1876 verhuisd naar Drie Koningenstraat te Amsterdam.
Woonde ook: Jacob van Lennepkade, Amsterdam 
Gerrit van Zeggeren
 
177 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
178 Kennemerland Zandvoort Akte Jaar 1943 Nummer 19 Hendrik Jacobus van Zeggeren
 
179 gemeentearchief Amsterdam: DTB 291/34 Hendrik Philip van Zeggeren
 
180

De Koninklijke Schouwburg: restauratie of renovatie ?

(bron: www.zichtlijnen.nl)

Renate Meijer

De Koninklijke Schouwburg in Den Haag is een eerbiedwaardig monument. De ingrijpende opknapbeurt die het theater dit jaar ondergaat moet zorgen dat deze nestor onder de Nederlandse theaters weer gezond wordt, klaar voor de eenentwintigste eeuw. Bij een dergelijke verbouwing hoort vanzelfsprekend een heftige discussie over wat er behouden moet worden en wat kan worden vernieuwd. Deze aflevering van de serie over de Haagse schouwburg schetst de discussie over restauratie versus renovatie tegen de achtergrond van de geschiedenis van het gebouw.

Ontstaan

Zoals bekend is de Koninklijke Schouwburg niet als theater gebouwd, maar als stadspaleisje voor prins Karel Christiaan van Nassau-Weilburg en zijn echtgenote prinses Caroline van Oranje-Nassau. Na hun huwelijk in 1760 kocht het vorstelijk paar een aantal panden aan het Voorhout. Zij gaven in 1766 architect Pieter de Swart opdracht om op de plaats van deze oude huizen een nieuwe residentie te bouwen. De Swart maakte een classicistisch ontwerp, dat een hoofdgebouw omvatte met een flinke vleugel links ervan. Het hoofdgebouw bestond uit twee naar voren springende bouwdelen met ertussen een halfronde cour, de huidige voorgevel van de schouwburg.

Drie jaar na de aanvang van de bouw besloot de jonge vorst te vertrekken uit Den Haag en met zijn vrouw naar zijn Duitse vorstendom terug te keren. In afwezigheid van de eigenaars werd het gebouw voltooid, maar zonder de zijvleugel. Karel Christiaan en Caroline hebben er nooit echt gewoond. Na de dood van de vorst in 1788 ging het paleisje van hand tot hand; het werd zelfs een tijdje gebruikt als kazerne.

In 1802 meldde zich een comité van vooraanstaande burgers bij het Bataafse Staatsbewind. Het groepje wenste het stadspaleisje om te bouwen tot een schouwburg. De theaterliefhebbers pachtten het paleisje voor 99 jaar en gaven architect J. van Duifhuys opdracht voor de verbouwing. Van Duifhuys liet de nauwelijks 30 jaar oude façade staan, maar schoof aan de achterkant de theaterzaal als een doos het gebouw in. Door de onregelmatige vorm van het grondstuk kwam de zaal a-centrisch van het hoofdgebouw te liggen.

Op 30 april 1804 ging het nieuwe theater open. Om uit te proberen of de constructie wel stevig genoeg was, marcheerde van te voren een regiment bepakte soldaten over de drie balkons. Van Duifhuys ontwierp een u-vormige theaterzaal met loges rondom. De ?loge du gouvernement?, de latere koninklijke loge, bevond zich zoals gebruikelijk middenvoor. Met een coulissendecor voldeed het theater toneeltechnisch aan de op dat moment heersende eisen, maar over het publieksgedeelte waren de Hagenaars van meet af aan niet zo tevreden. De oude en de nieuwe bouwdelen sloten moeilijk op elkaar aan, waardoor de circulatie van het publiek moeizaam verliep.

Verbouwingen

Ruim een halve eeuw heeft het gebouw nog op deze manier gefunctioneerd. In de jaren vijftig werd de roep om veranderingen echter steeds sterker. Niet alleen was de samenstelling van het publiek gewijzigd - de middenklasse werd groter en eiste meer goedkope plaatsen - maar ook de gebruikers drongen aan op vernieuwing.

Vanaf het begin werd de Haagse schouwburg bespeeld door twee gezelschappen. De ene helft van de week was het theater het domein van een Franstalig opera- en balletgezelschap en de rest van de week speelde een Nederlandstalige groep er toneel. Het was vooral de Franse opera die om een modernere toneeluitrusting riep teneinde niet achter te raken bij de Franse operapraktijk.

In 1863 was het zover. De gemeente liet de Koninklijke Schouwburg ingrijpend verbouwen door stadsarchitect Van der Waeyen Pieterszen. Op alle punten werd actie ondernomen: de toneeltechnische voorzieningen werden gemoderniseerd, de orkestbak vergroot en de zaal grondig aangepakt. De theaterzaal kreeg bij deze verbouwing de huidige hoefijzervorm en daarmee de beroemde intimiteit en akoestiek. De balkons werden verhoogd en de loges verdwenen, op een koninklijke loge en een loge voor de stedelijke overheid na, die aan weerszijden van de toneelopening waren gelegen. De capaciteit van de zaal steeg van 800 naar 1000 plaatsen.

Toch waren al deze ingrepen niet voldoende. Al snel na de verbouwing deden zich opnieuw problemen voor. De indeling was er door de verbouwing niet helderder op geworden en dit maakte het gebouw brandgevaarlijk. Het achterstallig onderhoud stapelde zich op en verzwakte de schouwburg nog meer. In 1891 adviseerde de brandweer het gebouw te sluiten. Vervolgens laaide de zogenaamde ?schouwburg-quaestie? op: een heftige discussie over nieuwbouw of restauratie die woedde in de jaren rond de eeuwwisseling. In een studie werd de Haagse schouwburg vergeleken met die in Amsterdam en Rotterdam. De gemeente onderzocht de mogelijkheden tot nieuwbouw en schreef een architectuurprijsvraag uit. Onder andere het bekende Weense architectenduo Fellner & Helmer, dat al talloze theaters in Duitsland had gebouwd, leverde een ontwerp in.

De twintigste eeuw

Toch besloot de Haagse gemeenteraad uiteindelijk uit zuinigheidsoverwegingen tot behoud en restauratie van het bestaande pand. De verbouwing werd in de jaren 1913-1914 uitgevoerd. Stadsarchitect J.J. Gort pelde het gebouw rondom de zaal leeg. Hij verwijderde de oude infrastructuur en bracht een gangen- en foyerstelsel aan dat de verschillende klassen strikt scheidde. Op alle verdiepingen kwamen vestiaires naast de zaal en werden de nooduitgangen en de sanitaire voorzieningen verbeterd. Ook in de zaal veranderde Gort het een en ander: meer toegangen tot de zaal en een nieuw stoelenplan verminderden het aantal zitplaatsen. Er kwam een nieuwe kroonluchter en de Haagse schilder Henricus Jansen voorzag het plafond van decoraties.

Om financiële redenen werd niet in één keer het hele gebouw aangepakt. De verbouwing van het toneelhuis vond pas in 1929 plaats. Bij deze ingreep werd het oude coulissendecor verwijderd en een moderne hoge toneeltoren neergezet. Ook kwam toen het draaitoneel van H.H. van Zeggeren in het theater. De schouwburg was trots op zijn hypermoderne nieuwe speeltje. Helaas was en bleef het apparaat het enige in zijn soort in Nederland, het is dan ook bedroevend weinig benut.

Na de verbouwing van 1913 was het theater zeker gedurende een halve eeuw weer bij de tijd. Zonder al te veel kleerscheuren overleefde de schouwburg de Duitse bezetting en de geallieerde bombardementen. In de jaren zestig en zeventig begon de onvrede echter weer de kop op te steken. De problemen zijn in juli al kort in Zichtlijnen geschetst. Zij zijn samen te vatten met de kernwoorden: achterstallig onderhoud, gebrekkige brandveiligheid en ontoegankelijkheid. Het theater was een doolhof, onveilig en wankel, en moest daarom in 1997 op last van de brandweer de deuren sluiten. Op dat moment had de schouwburgdirectie al een duidelijke visie op de toekomst van het gebouw klaar. In overleg met de betrokken partijen, de gemeente en Monumentenzorg, zijn de plannen verder uitgewerkt.

Behoud en vernieuwing

Bij de discussie over welke ingrepen al of niet geoorloofd zijn spelen verschillende, meestal tegenstrijdige, belangen een rol. In het ene geval prevaleren de eisen die de hedendaagse theaterpraktijk stelt. In het andere wegen historische motieven het zwaarst. Het is moeilijk een duidelijke scheidslijn te trekken. In ieder afzonderlijk geval moeten de belangen opnieuw tegen elkaar worden afgewogen. Monumentenzorg beschermt het monumentale beeld van het theater, maar heeft ook oog voor het feit dat het gebouw geschikt moet zijn voor de huidige theaterpraktijk. Verder valt de vraag te stellen wat nog ?oorspronkelijk? en ?monumentaal? is in een gebouw dat al zo vaak is vertimmerd. Over de hokkerige indeling uit 1913 is iedereen het eens: die mag worden weggebroken, maar hoe staat het bijvoorbeeld met decoraties uit datzelfde jaar?

Ook de volksgezondheid heeft een belangrijke rol gespeeld in de discussie over behoud of vernieuwing van bepaalde onderdelen van de Koninklijke Schouwburg. Bij een asbest-onderzoek begin 1997 kwam dit kankerverwekkende materiaal op talloze plekken naar boven. Niet alleen had men waardeloze scheidingswandjes van dit materiaal vervaardigd, maar er waren ook decoraties op geschilderd, die vervolgens werden verwijderd.

Uitgangspunt bij de verbouwing was het behoud van de bestaande theaterzaal. De unieke proporties, akoestiek en atmosfeer maken de Haagse schouwburg immers tot wat hij is. In de intimiteit van deze zaal is de typische subtiele Haagse speelstijl ontwikkeld. De zaal mag in essentie niet worden veranderd, op enkele belangrijke verbeteringen na (zie hiervoor Zichtlijnen 59, juli 1998). Wel was het vernieuwen van de technische installatie en de toneeltoren dringend noodzakelijk.

Een noodzakelijke ingreep was ook het aanbrengen van een brug voor de techniek in de zaal. Een gewone brug zou echter de plafondschildering van Henricus Jansen uit 1913 beschadigen. Bij deze kwestie kwamen de verschillende partijen tegenover elkaar te staan. De architect wilde de decoratie verwijderen om zijn handen vrij te hebben. Argument was dat de kwaliteit van de schildering te wensen over liet en dat deze net zo goed vervangen zou kunnen worden door iets moderns. Hier besliste Monumentenzorg echter anders. De Rijksdienst benadrukte de cultuurhistorische waarde van de schildering en de bijpassende luchter. ?De schildering en de kroonluchter dragen in hoge mate bij aan de grandeur van de schouwburg en vormen belangwekkende en kenmerkende scheppingen uit het eerste decennium van de twintigste eeuw; zij zijn volledig met het gebouw geïntegreerd terwijl akoestische hoedanigheden van de toneelzaal mede tot op deze argumenten lijken te kunnen worden herleid,? aldus Monumentenzorg.

Een dergelijke beslissing heeft natuurlijk grote consequenties voor een architect, die daardoor op zoek moest naar een andere manier om het toneel vanuit de zaal te belichten. Het laatste nieuws op dit vlak is dat er waarschijnlijk een lichtbrug met beweegbare armen zal komen, die tijdens de voorstelling langs het plafond kunnen worden uitgeklapt.

Draaitoneel

Een andere keuze van Monumentenzorg die grote gevolgen had voor het ontwerp, was de beslissing om het oude draaitoneel op zijn plaats te laten. Toen het 15 meter brede gevaarte in 1929 werd geïnstalleerd, leek het dé oplossing te zijn voor een snelle wisseling van naturalistische decors. Dat de constructie toch weinig werd gebruikt had te maken met het feit dat geen enkel ander Nederlands theater over een draaitoneel beschikte, zodat reizende toneelgezelschappen decors meenamen die op de gebruikelijke manier konden worden gewisseld. Bovendien maakte het draaitoneel bij gebruik veel herrie en raakte het kamertjestoneel met zijn naturalistische decors in de jaren zestig definitief uit de mode.

In de huidige plannen voor de verbouwing van de schouwburg wordt de toneelvloer verhoogd. Daarmee verliest het draaitoneel contact met de vloer en wordt het apparaat onbruikbaar. Om deze reden drongen directie en architect erop aan dat dit anachronistische obstakel zou worden verwijderd. Op de plaats van het draaitoneel werden een vluchtgang en opslagruimte gepland. Toen echter bleek dat de vluchtgang kon worden verschoven, besliste Monumentenzorg dat de constructie alsnog in zijn geheel moest worden gespaard, vanwege haar unieke positie in de Nederlandse theatergeschiedenis. Helaas hoorde het afbreken en opslaan of elders opbouwen van deze Jules Vernerie niet tot de technische mogelijkheden, aangezien het ding met nagels aan elkaar is geklonken.

Hoewel voor de vluchtgang dus een alternatief werd gevonden, zat de schouwburg plotseling met een tekort aan opslagruimte. Voor een deel van de 240 m2 werd een oplossing gevonden op de zolders van het paleisje, maar het deel dat bij het toneel hoort, moet nog een plaats vinden. De enige oplossing was om een aanbouwtje in de tuin naast de schouwburg neer te zetten. Een dezer dagen valt een besluit in de vergunningsprocedure die hierover loopt.

Renovatie

Uit bovenstaande blijkt, dat er bij de verbouwing van de Koninklijke Schouwburg van restauratie in de enge zin van het woord geen sprake is. Het gaat hier toch vooral om een ingrijpende renovatie. Bepaalde onderdelen van het gebouw - de zaal, de gevel en het draaitoneel - blijven behouden, de rest wordt aangepast aan de behoeften van de eigen tijd. Hoe definitief en grondig de huidige opknapbeurt ook lijkt, over zestig jaar gaat de schouwburg waarschijnlijk weer onder het mes. Tot dan kan het theater er weer tegen aan.
 
Hendrikus Hermanus van Zeggeren
 
181 Bouwbureau ARTI

auteur: Tineke Loggers

Begin vorige eeuw tussen 1904 en 1914 werd een aantal landgoederen en panden gerealiseerd die tot op de dag van vandaag beeldbepalend zijn voor de architectuur in onze regio. Groevenbeek, toren van Groot Spriel Stationslaan 38 Nunspeet, Mecklenburg Harderwijk Ullerberg en diverse villa?s/woonhuizen in Nunspeet, Harderwijk, Soesterberg, en Baarn zijn ontwerpen van het bouwbureau Arti van de architecten Van Essen en Van Zeggeren. Op monumentenlijsten en in monumentengidsen zijn hun ontwerpen goed vertegenwoordigd. Iedereen kent dus het werk van deze architecten maar wie zij waren en hoe ze werkten is nauwelijks bekend.

Groevenbeek
Villa Oud Groevenbeek in de steigers
donderdag 27 augustus 2009 00:00

PUTTEN - Vanaf maandag 24 augustus staat de villa op landgoed Oud Groevenbeek in Ermelo in de steigers. Natuurmonumenten heeft aannemersbedrijf Gebroeders van der Top uit Putten opdracht gegeven voor verschillende onderhoudswerkzaamheden waaronder het buitenschilderwerk, grondig dakherstel en reparaties aan de gevels. De werkzaamheden duren naar verwachting tot half november.

Historische villa
De huidige villa is gebouwd in 1907 door de heer J.H. van Schermbeek naar een ontwerp in 'Jugendstil' van architectenbureau L.A. van Essen en J. van Zeggeren uit Harderwijk. Sinds 1968 is het landgoed met de bijbehorende gebouwen in eigendom en beheer van Natuurmonumenten. In de jaren negentig zijn de druivenkas, de watertoren en het washuisje gerenoveerd. Nu is de villa toe aan groot onderhoud.

Klaar voor de toekomst
De villa is nu nog bewoond, maar komt op termijn vrij. Natuurmonumenten bezint zich momenteel op de verschillende gebruiksmogelijkheden voor het cultuurhistorisch waardevolle gebouw. Hierbij zoekt ze naar mogelijkheden om de villa ook voor het publiek meer beleefbaar te maken. Het meer beleefbaar maken van het landgoed is een belangrijk uitgangspunt in het begin dit jaar gepresenteerde toekomstvisie voor het landgoed. Bij de planvorming voor de villa spelen historische, technische en financiële overwegingen een belangrijke rol, maar ook de wens om de rust op het landgoed te bewaren. Naar verwachting zal de nieuwe bestemming van de villa nog voor het eind van het jaar bekend worden.

Bron: de Puttenaer.nl

Van Essen

Louis Alexander van Essen werd op 24 okt.1871 op de Brouwersgracht 22 in Den Haag geboren. Zijn vader was Vader Jacobus Leonardus van Essen (1840) en zijn moeder Jeannette Louise Carolina Le Ruthe .Hij had twee oudere zusters en een jonger zusje. Zijn vader was civiel-ingenieur en in dienst van de gemeente Den Haag. Op 31 maart 1876 verhuisde het gezin naar Zwolle waar vader Van Essen gemeentearchitect werd, hij werkte daar tot 1 april 1904. In Zwolle kwam Louis Alexander in aanraking met belangrijke aspecten van de architectuur van zijn tijd en de toen vernieuwende Jugendstil. Van zijn vader is bekend dat hij heel veel tot stand bracht, gebouwen, industriele projecten en uitbreidingsplannen. Zoals bijvoorbeeld de ambachtsschool, de oudste vleugel van het Sophiaziekenhuis en plannen om de stad tegen overstromingen te beschermen.

In 1891 ging Louis Alexander naar Delft, naar we mogen aannemen voor een opleiding aan de Polytechnische School aldaar met onderwijs van prof. Eugen Heinrich Gugel (1832-1905). Gugel kreeg een opleiding in München aan de Polytechnische school en Academie voor beeldende kunst en kwam op voorspraak van zijn leraar Ludwig Lange naar Delft. Lange won de internationale prijsvraag voor het rijksmuseum in Amsterdam, (zijn ontwerp is niet uitgevoerd). Staatsman Joh. R. Thorbecke, vroeg hem naar een geschikte hoogleraar architectuur aan de nieuw te openen Polytechnische school in Delft. Zo werd Gugel in 1864 benoemd en zijn invloed is terug te vinden in de ontwerpen van Van Essen. Of Van Essen afstudeerde is niet bekend.

Na zijn studie werd Van Essen leraar vaktekenen aan Nutstekenschool in Scheveningen en opzichter-tekenaar van de gemeente Den Haag. Hij trouwde met Gerarda Hendrika Kraan (geb.19/10/1876 in Rijswijk.) Hun dochter Jeannette Louise Carolina werd op 13 maart 1913 in Harderwijk geboren. Van Essen kreeg namelijk op 10 juni 1901 een aanstelling in die plaats als directeur en leraar vaktekenen aan de Gemeentelijke Avondtekenschool, voor een jaarsalaris van 900 gld. De familie woonde aan wat nu Donkerstraat 30 in Harderwijk is.

Op 1 februari 1903 werd hij voor 5 jaar benoemd in de gezondheidscommissie te Nijkerk

Op verzoek van het bestuur van de Vereniging tot bevordering van Vakonderwijs te Putten ging Van Essen op 1 oktober 1906 ook lessen in het lijn- en vaktekenen geven aan de tekenschool aldaar. Bovendien adviseerde hij het bestuur bij het ontwerpen van een leerplan en gaf voorlichting over de te volgen lesmethode. Van Essen was in 1910 de eerste directeur van de Harderwijker Bouwmaatschappij. Voor deze maatschappij ontwierp hij een paar woonblokken aan de Stationslaan in Harderwijk.

Op 6 juli 1914 nam hij ontslag en vertrok naar Ede waar hij tijdelijk woonde in hotel De Posthoorn, vier jaar later op 18 augustus 1918 ging het gezin naar Heerlen. Daar woonde hij tot 16/6/1919 en ging toen naar Hoensbroek, vanwaar hij op 13 augustus 1924 naar Leiden vertrok. Na zijn vertrek uit Harderwijk zijn er geen ontwerpen meer van hem bekend.*)

*) De heer Frans Bus te Ede maakte mij erop attent dat er in Ede een in 1915 door van Essen ontworpen en gebouwde villa staat. Van Essen heeft dus na Harderwijk nog wel degelijk villa's getekend en gebouwd . Indien iemand nog andere door van Essen / van Zeggeren ontworpen villa's kent hoor ik dat graag (RvZ).

Villa van Van Essen Julianalaan 1 te Ede

Gelet op het feit dat hij steeds in de zomervakantie verhuisde lijkt het waarschijnlijk dat hij in het onderwijs bleef werken. In Leiden houdt zijn spoor op, daar was in 1929 een grote stadhuisbrand waardoor de archieven zijn vernietigd en niet meer is na te gaan waar Van Essen bleef. Bij de BNA en het Nederlands Architectuurinstituut zijn geen gegevens van hem bekend.

H.H. van Zeggeren

Hendrikus Hermanus (Hein) van Zeggeren (Velp 1/12/1882 -Velp 13/7/1974) bezocht de Lorenz HBS-B in Arnhem. Het architectenvak leerde hij in de praktijk bij de Velpse architect W.Honig, die in die plaats en omgeving veel villa?s, woningen en ook scholen bouwde.

Tussen 1900 en 1915 werd in Velp op het landgoed Overbeek een villapark aangelegd door architect Honig en tuinarchitect Hugo Poortman. Van Zeggeren begon daar letterlijk van de grond af, want bij die aanleg hielp hij bij het grondverzet met kruiwagens. De villa?s in het park zijn in een toen moderne Neorenaissance stijl. Op het bureau van Honig leerde hij alle kneepjes van het vak

Op 2 maart 1903 kwam Hein van Zeggeren naar Ermelo en woonde in Hotel Peter van koffiehuishouder L.J.Roelofsen en zou ook nog op kasteel Staverden hebben gewoond. Hij stond ingeschreven als opzichter en volgens zijn familie ontwierp hij Veldwijk. Dat laatste is niet juist maar hij was waarschijnlijk opzichter bij de bouw van Veldwijk. Op 14 augustus 1906 ging hij naar Harderwijk Smeepoortstraat 3 en in 1909 naar Gorinchem waar hij gemeentearchitect werd. Hij trouwde in 1912 in Laren (GLD) met de Rotterdamse Emma Alida Oostmeijer (geb. 17/1/1886), het echtpaar kreeg 2 kinderen (Hein en Guusta).

In ditzelfde jaar (1912) werd een door hem in samenwerking met architect J.A. van Lit ontworpen serie woningen in de Madurastraat 62-70 te Amsterdam gebouwd (de Atlas voor de 19e eeuwse ring, Uitgeverij de Balie 2004, vermeldt als architect "W.H.van Zeggeren", maar met deze voorletters is geen van Zeggeren bekend).

Madurastraat 62 - 70 (Amsterdam-Oost)


Madurastraat 66-64-62 (v.l.n.r) en Madurastraat 64

In 1919 kreeg Van Zeggeren een aanstelling als gemeentearchitect in Den Haag. Daar werkte hij tot 1947 en daarna nog tot 1951 als adviserend hoofdarchitect. In 1955 werd hij benoemd tot officier in de Huisorde van Oranje Nassau Hij was jarenlang secretaris van de BNA en voorzitter van de afdeling Bouw- en Beeldhouwwerk van de Haagse Kunstkring.

Uit zijn Haagse periode is een aantal werken bekend; zoals de het ontwerp van een draaitoneel bij de renovatie van de Koninklijke Schouwburg in 1929, een portierswoning bij de begraafplaats Eik en Duin. Toen de Duitsers de afbraak van huizen in Den Haag eisten voor aanleg van de Atlantikwal was Van Zeggeren een van de mensen die protesteerden. Maar vooral zijn ontwerp voor de vervanging van de torenspits van de Jacobskerk in oorspronkelijke stijl haalde enige malen de pers (Zie: Den Haag Centraal 18-04-08: Terugblik) . Bij de opening op 14 september 1957 gaf de Haagse burgemeester aan Van Zeggeren een zilveren sigarettendoos met de afbeelding van deze kerk

De Jacobskerk

De Jacobskerk is bekend van de doop van kroonprinses Catharina Amalia en het huwelijk van prins Constantijn en Laurentien Brinkhorst. Na zijn pensionering ging Van Zeggeren terug naar Velp waar hij op 13 juli 1974 overleed.

Bouwbureau Arti

Het bouwbureau Arti was gevestigd in Donkerstraat 30 hoek Academiestraat in Harderwijk. Rond 1908 ontwierpen Van Essen en Van Zeggeren Villa Arti in Nunspeet aan de Groote Weg (Molijnlaan) en hadden daar (ook) hun bouwbureau. Er werd een tentoonstellingsruimte aangebouwd waar kunstenaars exposeerden. Eind 19de begin 20ste eeuw zochten kunstenaars de natuur op om daar hun inspiratie op te doen. Ook Nunspeet kende zo?n kunstenaars ?kolonie?, hun werk werd dus geëxposeerd in Villa Arti, de kunstzaal bestond maar kort.

Van Essen en Van Zeggeren waren voor hun tijd moderne architecten die ontwierpen in een moderne eigentijdse stijl. In die tijd stonden aanhangers van twee architectuuropvattingen lijnrecht tegenover elkaar: De aanhangers van de renaissance/klassieke ideeën en aanhangers van de Neogotiek. Deze laatste stroming werd dominant bepaald door P.J.H.Cuypers (1827-1921) en VictorJ.L. de Stuers (1843-1916) betrokken bij rijksgebouwen. De renaissance/ klassieke ideeën waren vernieuwend in de betekenis die Gugel daar aan gaf. De voorkeur voor de Renaissance, in de zin van een bouwkunst gebaseerd op de klassieken maar dan met de renaissance-vrijheden in toepassing van de verschillende elementen. In die tijd verwerkte men de klassieke elementen op een eigen manier, daarin zat de creativiteit van de ontwerper. Naast deze renaissance-werkwijze vond Gugel het belangrijk dat het ontwerp een nationaal element had en aangepast was aan land en klimaat. Daarnaast was het de bloeitijd van de Jugendstil (1895-1905) de geometrisch richting (Charles Machintosh ,1869-1928, in de Glasgow School of Art) en de curvelinaire richting (Antoni Gaudi 1852-1926)

Al deze aspecten zijn in het werk van de architecten van Bouwbureau Arti terug te vinden.Staverden met een renaissance- trapgevel met pilasterstelling, voluten, empire-ramen, een zogenaamd oeil de boeufvenster. Zie avro documentaire: Kasteel Staverden in Ermelo

De toren van Groot Spriel heeft een aantal elementen uit de Lodewijk XIV stijl. Groevenbeek heeft een toren uit de Beierse Barok en een gasfabiekje met watertoren in de vorm van een middeleeuws kasteel. Het pand Stationslaan 38 in Nunspeet heeft allerlei klassieke elementen gebruikt in renaissance vrijheden. De Jugenstilaspecten zijn terug te vinden in Groevenbeek, het interieur van Staverden en vooral in Mecklenburg in Harderwijk. In 1904 kwam in Berlijn het beroemde boek van Herman Muthesius uit, Das Englishe Haus ,zijn studie over de Engelse architectuur o.a. de Cottagestijl In 1912 ontwierp Van Essen de Ullerberg helemaal in Cottagsetijl. Het oeuvre van het Bouwbureau Arti geeft dus een gevarieerd beeld in onze regio van de moderne architectuur rond de eeuwwisseling 19de- 20ste eeuw, met een aantal bijzondere monumenten.

Bronnen:N.C.R. de Jong en K.Ch.Uittien Oudheidkundig vereniging Herderewich, R.van Zeggeren en E . Duringhof Gerritsen, BNA, Nederlands Architecturinstituut. Archieven;Den Haag, Epe, Ermelo, Harderwijk, Heerlen,Leiden,Nunspeet, Zwolle, bibliotheken Harderwijk, Leiden en Putten 
Hendrikus Hermanus van Zeggeren
 
182 H.H.van Zeggeren was aanvankelijk als tekenaar/architect werkzaam in Ermelo / Nunspeet / Harderwijk. Zie artikel over het werk van zijn kantoor op de Veluwe van Hemmy van Reenen (Amersfoortse Courant 15-03-2002} en het artikel van Tineke Loggers over het werk van Van Zeggeren en Van Essen

Hij verhuisde in 1909 naar (Gouda of) Gorinchem en werd in 1911 benoemd tot gemeentearchitect van Gorinchem (bron: Utrechts Nieuwsblad 16-10-1911;
http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/kranten/un/1911/1016).

H.H. van Zeggeren wordt in het artikel "De Koninklijke Schouwburg: restauratie of renovatie ?" van Renate Meijer (www.zichtlijnen.nl) genoemd als ontwerper van het draaitoneel dat bij de renovatie van 1929 in deze schouwburg werd geplaatst.

Daarnaast ontwierp hij o.m. de portierswoning van begraafplaats Eik en Duinen te Den Haag, de reconstructie van de spits van de Grote kerk (bron: Den Haag Centraal 18-4-2008: Terugblik ) en was hij betrokken bij de bouw / inrichting van het gemeentmuseum (Berlage). O.a. het meubilair in het gemeentemuseum is in samenwerking met van Zeggeren ontworpen.

(Alle foto's uit het gemeentearchief van Den Haag zijn te bestellen via de website van het gemeentearchief:
http://www.gemeentearchief.denhaag.nl)

In het register van de gemeente Harderwijk wordt een H.H.van Zeggeren,architect, vermeld die in 1908 in de Smeepoortstraat 270 woonde.

Informatie verkregen van HERDEREWICH de oudheidkundige vereniging van Harderwijk en Hierden / K. Chr. Uittien:
Nieuw archief gemeente Harderwijk, inv. 877; Aanvullend bevolkingsregister 1900-1917, folio 125 nr.1: Zeggeren, Hendrik Hermanus van, (man), geb. 1-12-1882 Rheden. Ned.Herv. Bouwkundige, Tekenaar. Smeepoortstraat A-27, A-270, A-268. Vestiging 16-8-1906 uit Ermelo, vertrek 6-12-1909 naar Gouda. Tot zover het bev.register. Wijk A huis 270 werd omgenummerd naar huis 268. Het betreft dus dezelfde woning en heet nu Smeepoortstraat 3. Dat hij "uit de gemeente Ermelo" kwam kan ook duiden op Nunspeet dat tot die gemeente hoorde.

 
Hendrikus Hermanus van Zeggeren
 
183 Villa Mecklenburg

Miljoen dode vliegen achter plafond


Door Hemmy van Reenen

Harderwijk - Een pension voor teruggekeerde Indiëgangers in Harderwijk. De geschiedenis heeft vreemde kanten. Villa Oranje-Mecklenburg aan de Oranjelaan in Harderwijk is daar het levende bewijs van. Helaas zonder foto.
Waarom er juist in Harderwijk een pension nodig was voor teruggekeerde Indiëgangers, dat kunnen de huidige eigenaars Willem en Noor Nieuwenhuis echt niet vertellen. Maar op 19 april 1905 werd zo?n hotel-pension geopend.

Op de verjaardag van Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin, de echtgenoot van koningin Wilhelmina van Oranje. De naam Oranje-Mecklenburg was geboren. Bij de opening waren volgens de archieven aanwezig: het Dagelijks Bestuur en de raadsleden van de gemeente Harderwijk, de Commandant en de Officieren van het Koloniaal Werfdepot en ?eenige? autoriteiten.

Dat de officieren van het Koloniaal Werfdepot bij de opening van een pension voor teruggekeerde Indiëgangers waren uitgenodigd is niet zo vreemd. Vanuit het werfdepot in de Harderwijkse binnenstad werden toentertijd nieuwe rekruten richting Indië gestuurd. Enige binding met hun achterban was de officieren niet vreemd. Ze wilden vast eens kijken hoe het mensen verging die terugkwamen uit de koloniën.

Het was de familie F.G. Poptie uit Ermelo, die op het idee kwam voor het hotel-pension voor Indiëgangers. De Popties hadden al een hotel in Noordwijk aan Zee. Architectenkantoor L.A. van Essen en J. van Zeggeren werd in 1900 gevraagd voor het ontwerp. De Harderwijker architecten hadden naam op het gebied van Jugendstil-achtige gebouwen, ook wel art nouveau genoemd. De architecten zijn op de Veluwe heel bekend. Ze waren dol op witte panden, met groene versieringen. Krullerige opdrukken en natuurdecoraties werden in rijke mate toegepast. Een paar andere bekende ontwerpen van Van Essen en Van Zeggeren zijn het kasteel Staverden en de villa Ullerberg in Leuvenum.

Torentjes
De heren waren dol op torentjes, zoals ze hebben laten zien in het pronkstuk van hun architectenbureau, het landhuis Oud Groevenbeek in Ermelo. Hotel-pension Oranje-Mecklenburg in Harderwijk kreeg ook een torentje. Een puur decoratief torentje. Een versiering. In de toren zitten een paar toiletten, maar daarmee is alles gezegd. Bovenin zit zelfs helemaal niks. ,,Een miljoen vliegen kwamen eruit toen wij het plafond openbraken,?? vertelt Noor Nieuwenhuis.

Het moet goed toeven zijn geweest in hotel-pension Oranje-Mecklenburg te Tonsel, zoals het gebied rond de Oranjelaan in die tijd nog heette. Uitzicht op het uitgestrekte Slingerbosch, aan de voet van de grindweg naar Apeldoorn. Open haarden, zware eiken deuren, muren met bogen en gedecoreerde plafonds. Poptie heeft het allemaal kunnen bouwen voor de somma van 18.648 gulden. De offertes van aannemers stonden gewoon in de krant.

Poptie heeft weinig plezier van zijn hotel gehad. Twee jaar na de opening was hij dood. Het pension werd een paar jaar gedreven door ene F.J. van Munching en door S. van de Berg, voordat in 1919 baron A. Eeltink het pension kocht. Deze edelman heulde in de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers. Bij Oranje-Mecklenburg moesten Harderwijkers hun fietsen en radio?s inleveren. Het hotel werd gebruikt voor wilde feestjes van Duitse officieren.

Na de oorlog werd de familie Eeltink door de Nederlandse staat onteigend. Het hotel werd gevorderd. Het ministerie van defensie zette er het kantoor van de Dienst Gebouwen Werken & Terreinen in. Het statige pand werd verbouwd tot kantoor. Alle versieringen werden achter systeemwandjes gespijkerd, tot aan de gewelvenkelders en de zware eiken deuren toe.

In 1996 deed Defensie het pand van de hand. Aannemer Peter de Groot had wel belangstelling voor het braakliggende terrein wat erbij hoorde. Het voormalige hotel hoefde hij niet. Verzekeringsman Willem Nieuwenhuis had des te meer belangstelling. Hij had zijn hele leven al met bewondering naar het pand gekeken. De Groot verkocht Oranje-Mecklenburg aan de familie Nieuwenhuis.

Een enorme opknapbeurt volgde in 1997. Het pand werd geel geverfd en helemaal in oude glorie opgetuigd. De oude deuren kwamen achter de weggebroken systeemwandjes vandaan, net als de bogen in de muren en de kelders. De reliëfversieringen op de buitenmuren werden weer groen geschilderd. Meer dan veertig jaar hadden ze achter een witte pleisterlaag gezeten. Het gebouw is een plaatje geworden. Een aanwinst voor Harderwijk. Alleen die kleur geel, terwijl de architecten zo van wit hielden. ,,Ach ja,?? zegt Noor Nieuwenhuis. ,,Dat gele is mijn schuld. Ik hou van geel.??


 
Hendrikus Hermanus van Zeggeren
 
184 Kennemerland Bloemendaal Akte Jaar 1871 Nummer 16r  Hermanus van Zeggeren
 
185 OVERZICHTSTENTOONSTELLING
HERMAN VAN ZEGGEREN (1916-1996)

Van 7 april tot 6 juli 2006 kunnen bezoekers van de rechtbank Dordrecht de tentoonstelling bezichtigen van mr. H. van Zeggeren, oud president van de rechtbank Dordrecht. De werken zijn tijdens werkdagen te bewonderen op de tweede etage van het gerechtsgebouw.

De officiële opening van deze expositie zal verricht worden door de president van de rechtbank, mr. R.J. Verschoof, op donderdag 6 april 2006 om 16.00 uur.
Initiator van deze tentoonstelling is de dochter van mr. H. van Zeggeren, mw. C.E. van Zeggeren:

"Al geruime tijd liep ik met het plan rond een tentoonstelling te organiseren van schilderijen en aquarellen van mijn vader, Mr. H. van Zeggeren (1916-1996).
Het was niet moeilijk een collectie bijeen te brengen.Veel schilderijen komen uit familiebezit en wij hebben ook particulieren bereid gevonden schilderijen of aquarellen uit te lenen voor deze expositie. Wij danken dan ook iedereen die thuis gedurende drie maanden tegen een lege plek aan zal moeten kijken, voor hun groots gebaar. Mijn dank ook aan Ad de Kool (Kunsthandel De Kool, Dordrecht), die mij hielp bij het inrichten van deze tentoonstelling.
Naast zijn toga hoorde ook de oude regenjas vol verfvlekken bij mijn vader. Als zijn drukke werkkring het ook maar even toeliet, was hij achter zijn ezel in het atelier of buiten in de natuur te vinden.
Hij was lid van het Teekengenootschap Pictura en ik herinner mij namen als Lou ten Bosch, Otto Dicke, Philip Kouwen, Hans Petri, Daan Mühlhaus, Jaap Schlee e.a.
Van Daan Mühlhaus leerde hij met penseel en verf om te gaan. Hij moest bomen schilderen in het park Dordtwijk; het werd "een vieze bruine brij". Jaap Schlee leerde hem meer te abstraheren en niet te "priegelen".
Na zijn pensionering in 1981 hing hij zijn toga aan de wand en werd de oude regenjas steeds vaker aangetrokken. Bij hem geen groot leeg gat waar sommige mensen in terecht komen na een intensieve loopbaan in de maatschappij.
De garage aan de Twintighoevenweg werd omgebouwd tot atelier, het oude Etna potkacheltje uit zijn Leidsche studententijd geïnstalleerd en vele uren was hij er aan het schilderen.
Zijn schilderijen zijn impressionistisch of zoals hij het zelf zei " Ik laat de dingen op me inwerken en verwerk ze op mijn manier. Ik probeer evenwicht te vinden tussen abstract schilderen en figuratief. Het gaat om de essentie. Je benadert met schilderen een geheim. Door de voorstelling te veel uit te werken benader je het geheim niet, maar leid je er juist vanaf."
Bij een bezoek aan hem werd je eerst meegetroond via de keuken en dan over het plaatsje naar het atelier: "kom even kijken, ik heb een opzetje gemaakt voor een nieuw schilderij".
En dan kwam je in het atelier waar het rook naar verf en terpentine, het palet vol kleuren en op de ezel een groot doek met vage vormen, maar waarvan je voelde: "dit wordt mooi".
Zijn schilderijen hebben op vele exposities in binnen- en buitenland gehangen, in galeries, musea en andere openbare ruimten, o.a. in Dordrecht, Breda, Eindhoven, Gorinchem, Maastricht, Rotterdam, Sliedrecht, Sheffield (Eng.) en Gloucester (Eng.), Veere.
En steeds weer werd men bij het zien van zijn schilderijen, getroffen door zijn gevoel voor kleur en zijn verbondenheid met de natuur.Mijn vader overleed in 1996, alweer bijna 10 jaar geleden. Zijn schilderijen zullen herinneringen doen boven komen. Zijn liefde voor de natuur, zijn gevoel voor schoonheid, het is er allemaal: waterkant, slootjes in de Biesbos, rivieren, bloemenpracht en dan het fluitenkruid "teer, kwetsbaar en maar even"."

 
Hermanus van Zeggeren
 
186 Waarnemend griffier rechtbank Den Haag 30 jan 1942
Idem rechtbank Dordrecht 28 okt 1942
Substituut-griffier bijzonder Hof Den Haag 20 sep 1945 tot 27 okt 1947
Ambtenaar Tuchtrechtspraak Dordrecht 7 aug 1945
Kantonrechter-plaatsvervanger Dordrecht 15 jan 1946
Ambtenaar Openbaar Ministerie Dordrecht 4 jul 1946
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Dordrecht 17 aug 1948
Rechter Dordrecht 13 apr 195
Vice-president Dordrecht 9 jul 1964
President Dordrecht 14 feb 1969 
Hermanus van Zeggeren
 
187 doop: 07-03-1802, Amsterdam (DTB: Westerkerk 113/302) Jacobus van Zeggeren
 
188 gemeentearchief Amsterdam: akte 13-04-1868 R3F43 Jacobus van Zeggeren
 
189 Jacobus van Zeggeren was drager van de eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau. Hij overleed op 64-jarige leeftijden is begraven op begraafplaats Westerveld te Driehuis-Westerveld. Jacobus van Zeggeren
 
190 Mogelijk gehuwd met Hermina Gerder op 23-11-1893, Amsterdam (huwelijken Amsterdam 1893, 31/16v);
Hermina Gerder is 13-06-1938 op 72 jarige leeftijd overleden te Haarlem: Billitonstraat No.5 (overlijdensadvertentie Centraat Bureau voor Genealogie Den Haag). Ondertekend: "Uit aller naam: J.van Zeggeren) 
Jacobus (Koo) van Zeggeren
 
191 Stalhouderij in Amsterdam tot 1903 met Arondeus

Stalhouderij vanaf 1904 in Rotterdam op de Plantageweg 11, vanaf 1912 Walenburgerweg 34, Rotterdam. 
Jacobus Fredericus van Zeggeren
 
192 Collectiegebied: Utrecht
Archief:463
Registratienummer:483
Documentnummer:177
Registratiedatum:21 september 1926
Plaats: Zeist 
Jan van Zeggeren
 
193 Er wordt een Jansje van Zeggeren gehuwd met Frans Arnold Alsfeldt vermeld in het register van huiszittende stadsarmen te Amsterdam (register 1808-1870, gemeentearchief Amsterdam).  Jansie van Zeggeren
 
194 gedoopt in de Wester Kerk 03-11-1809 (DTB:114/252)  Jansie van Zeggeren
 
195 gedoopt in de Nieuwe Kerk 11-01-1807 (DTB:61/236)  Johannes Jacobus van Zeggeren
 
196 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
197 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
198 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Verborgen
 
199 Kennemerland Bloemendaal Akte Jaar 1867 Nummer 17v Louisa Dorothea van Zeggeren
 
200 Toegangnr: 463
Inventarisnr: 543
Gemeente: Utrecht
Soort akte: Overlijdensakte
Aktenummer: 1188
Aangiftedatum: 05-07-1919 
Louisa Dorothea van Zeggeren
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 Volgende»